Verhaal van Ibrahim

Mijn naam is Ibrahim en ik ben 24 jaar oud. Ik ben opgegroeid in Ivoorkust en reis samen met mijn zus. We zijn samen vertrokken met de hoop op een betere toekomst. We brachten 3,5 maand door in Libië en konden geen werk vinden. De reden dat we naar Libië gingen, was om in de boot te komen. Ik verbleef met 15-20 man in een kamer. Het waren afschuwelijke omstandigheden. Tegen het einde van elke maand kwamen de Libiërs geld ophalen, of we werden geslagen. Ze bedreigden ons en onze families. Ze zeggen dingen als ‘We weten waar je familie woont, we vermoorden ze, tenzij je betaalt.’ Mensen werden daar erg bang van. Een keer werd ik geslagen met een metalen staaf, toen ik om eten vroeg. Voor alles waarom ik vroeg werd ik geslagen. Mijn zus en ik hebben echt geleden daar.

We vertrokken rond middernacht. Een man met een lichte huid toonde ons waar de boot was en wees iedereen dat ze die kant op moesten. We zouden in een paar uur land zien. Ik wist dat dat niet waar was, maar wat moest ik doen? Mijn zus en ik gingen in de boot en we duwden hem af van de wal. Het was stikdonker. Veel mensen schreeuwden omdat ze nog nooit de zee hadden gezien. Ik ook niet. Toen we jullie licht zagen, kon ik mijn ogen niet geloven; we waren veilig. Ik voelde op dat moment vrijheid. Ik heb 1,1 miljoen CFA frank betaald, ongeveer 1600 euro.

Foto& tekst: Kenny Karpov (Documentary Photographer for Stichting Bootvluchteling)