Verhalen van Samos (1/6), vijftig patienten in vijf uur

Het team van Stichting Bootvluchteling arriveert gezamenlijk in het kamp. We worden begroet door een wirwar van 2 meter hoog, koud staal, bekroond door een rol van scherp prikkeldraad. Dit wordt begeleid door kleurrijke schilderingen op betonnen muren. De volgende aanslag op onze zintuigen zijn de ‘hello’, ‘hello my friend’, ‘how are you’ en knuffels en zoenen van een stuk of tien gehavende, verweerde kinderen die ons rooster kennen en deze begroetingen als een onderdeel van hun bleke, saaie dagen hebben gemaakt. Van sommige van deze kinderen heb ik de vooruitgang van hun Engels gezien tijdens de paar weken dat ik hier ben en ik vraag me af wat zij zouden kunnen bereiken als ze lessen en een kans op onderwijs zouden krijgen. Afhankelijk van waar we onze auto’s parkeren, wat weer afhangt van welke nieuwe beperkingen aan ons worden opgelegd door de politie, sjokken we op sommige dagen over het steile, betonnen pad, terwijl we begroetingen uitwisselen met hen die we hebben leren kennen en onze vrienden noemen. Ondertussen geholpen door vriendelijke, blauwogige Syrische meisjes die mijn hand vasthouden en helpen met de tassen en dozen gevuld met medische goederen en luiers.

Nadat we aangemeld zijn en badges en hesjes van Stichting Bootvluchting aan hebben gedaan, installeren we ons in onze medische cabine. Door extreem gebrek aan ruimte, zowel voor de nieuw aangekomen vluchtelingen als de organisaties, verplaatsen we elke dag zo’n twintig dozen die samen de ‘melkkamer’ vormen, naar de kantoorruimte van de UNHCR, die zo vriendelijk is ons die daarvoor te laten gebruiken. Tegen de tijd dat we klaar zijn om patiënten te zien heeft zich buiten de deur een rij gevormd en storten we ons in de chaos. Veertig tot vijftig patiënten en vijf uur later zijn we kapot. Onze ruimte van negen vierkante meter is normaal gesproken altijd vol: families die een behandeling voor luizen nodig hebben; zieke baby’s met diarree, spugend, vergezeld door hun bezorgde moeders, slapelozen niet in staat om het trauma van hun reis te verwerken.

De andere leden van ons team bemensen de ‘melkkamer’ – zuigelingenvoeding, pap, sap en hygiëneproducten worden uitgedeeld volgens de WHO IYCF richtlijnen (een internationale code voor voeding van zuigelingen en kleine kinderen), met gebruik van een streng monitoringssysteem. Ze verzorgen ook de chai – een warme mok troost voor velen tijdens koude avonden. Er worden ook activiteiten voor kinderen gepland om zo ouders een adempauze te geven en een soort van normale situatie te simuleren.

Dit is een normale dag…

Tekst: Vanessa Yarwood (vrijwilliger Stichting Bootvluchteling)
Foto: Annelies van der Gaag (vrijwilliger Stichting Bootvluchteling)